Naar inhoud nummer
Download

Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.

Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig

Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig

Boekbespreking

De beschrijvende diagnose en DSM-classificatie

Willem Eikelboom
Jaargang 19 (2024) - Nummer 1 - donderdag 11 april 2024

Samenvatting

Een (DSM-)classificatie is geen diagnose. Toch wordt een classificatie regelmatig verheven tot diagnose en worden deze termen inwisselbaar gebruikt. Gelukkig is er toenemende aandacht voor de negatieve gevolgen van de prominente positie van een DSM-classificatie. In tegenstelling tot een classificatie omschrijft een diagnose het individuele klachtenpatroon, mogelijke oorzaken, biedt zij aangrijpingspunten voor behandeling en sluit zij beter aan bij de beleving van de cliënt. Maar hoe stelt men een juiste beschrijvende diagnose? Het boek De beschrijvende diagnose en DSM-classificatie wil psychologen hierin ondersteunen. Ik was benieuwd of het boek ook relevant is voor de neuropsychologische diagnostiek.

De beschrijvende diagnose en DSM-classificatie

Ton van Heugten (2023)

Uitgeverij SWP

135 pagina's

ISBN 9789085602392

In een inleidend hoofdstuk beschrijft de auteur dat er momenteel geen richtlijn specifiek voor psychologen en orthopedagogen bestaat voor het (op)stellen van een beschrijvende diagnose. Als gevolg hiervan doet iedereen dat meestal op zijn eigen manier, aldus de auteur. De auteur is niet van mening dat clinici de DSM-classificatie maar overboord moeten gooien, maar het is wel belangrijk dat men zich bewust is van de mitsen en maren van een DSM-classificatie. Hierin kan de aanvullende informatie uit het handboek DSM-5-TR ('de dikke DSM') van belang zijn, maar deze is volgens de auteur niet algemeen bekend onder psychologen. Ten slotte wil de auteur met de 'probleembeschrijving' een alternatief bieden voor een beschrijvende diagnose, waarmee psychische klachten in gewone taal kunnen worden beschreven om zo (zelf)stigma tegen te gaan. In een volgend hoofdstuk wordt de richtlijn voor psychiatrische diagnostiek van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) beschreven, dat als blauwdruk wordt gebruikt voor de Aanpak van de Beschrijvende Diagnose voor psychologen. In dit hoofdstuk beschrijft de auteur het doel en de inhoud van deze richtlijn, en staat hij stil bij de verschillen maar vooral overeenkomsten tussen diagnostiek door psychiaters en psychologen. Dit hoofdstuk is erg gedetailleerd met redundante informatie over het diagnostisch proces die voor psychologen wel bekend zal zijn.

Vervolgens wordt de Aanpak van de Beschrijvende Diagnose voor psychologen verder uitgewerkt. Deze omvat een syndroomdiagnose, hypotheseformulering over het ontstaan van het syndroom, kwetsbaar makende en beschermende factoren, luxerende factoren, onderhoudende factoren, eventuele differentiële diagnose en bijkomende diagnose en afsluitende DSM-classificatie(s). De auteur beschrijft hoe deze informatie kan worden verzameld, geordend, gewogen en samengevat. Deze informatie is bekend uit de handboeken voor (neuro)psychologische diagnostiek. Elk onderdeel wordt geïllustreerd met verschillende casussen.

De auteur wijdt nog een apart hoofdstuk aan de classificerende diagnostiek, waarin hij de aanvullende informatie uit het DSM-5-TR-handboek presenteert. Hierbij staat hij stil bij de beperkingen van een categoriaal systeem om psychische dimensies af te bakenen, de invloed van taal en cultuur en een aantal technische aandachtspunten over het gebruik van 'voorlopige classificaties', 'ander gespecificeerde stoornis' en 'ongespecificeerde stoornis'. Ten slotte presenteert de auteur de 'probleembeschrijving' als aangepaste vorm van de beschrijvende diagnose om zo beter aan te sluiten bij de taal en belevingswereld van de cliënt. Deze beschrijving wordt geschreven vanuit het idee dat psychische stoornissen eerder kunnen worden gezien als stressgerelateerde verstoringen in de balans in plaats van een stoornis. Daarbij introduceert de auteur verschillende termen die minder stigmatiserend en meer normaliserend zouden zijn.

 

In dit boek beschrijft de auteur de wezenlijke tekortkomingen van de DSM en de risico's van het eenzijdig varen op classificaties. Hiermee draagt het boek bij aan het afzwakken van de rol van een classificatie binnen de diagnostiek en is het een mooi pleidooi voor een zorgvuldige beschrijvende diagnose die meer recht doet aan de klachten van de individuele cliënt, maar ook aan de wetenschappelijke ontwikkelingen. Toch kan ik mij voorstellen dat veel van deze kennis al bekend is bij neuropsychologen, GZ-psychologen en klinisch neuropsychologen. Ook de onderdelen van de Aanpak van de Beschrijvende Diagnose voor psychologen voelen erg vanzelfsprekend. Daarmee is het boek echt een richtlijn waarin bestaande informatie grondig op papier is gezet en niet zozeer een vernieuwend perspectief op het uitvoeren van psychologische diagnostiek (iets wat de auteur overigens ook niet pretendeert). De schrijfstijl is erg nauwkeurig waarbij de auteur de lezer aan de hand neemt door meermaals de opbouw van het boek en ieder hoofdstuk te beschrijven, begrippen zijn goed uitgewerkt en afwegingen grondig onderbouwd. Hiermee is de auteur volledig, maar dit haalt ook enigszins de vaart uit de tekst.

Zoals verwacht is er in het boek nauwelijks specifieke aandacht voor de neuropsychologische diagnostiek. Als ik door een neuropsychologische bril naar het boek kijk denk ik dat verschillende kritiekpunten van de auteur op de DSM-classificaties ook van belang zijn voor de neuropsycholoog (zoals weinig informatief over de etiologie, medicaliserend, doet geen recht aan individu). Voor de DSM-5-TR-classificatie van de neurocognitieve stoornissen is het wel mogelijk om een waarschijnlijke etiologie te bepalen (bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson) en het kan daarmee wel degelijk gaan over medische ziektes die ten grondslag liggen aan de klachten. Toch is er vooralsnog vaak weinig bekend over de exacte relatie tussen deze etiologie en de aard en ernst van de cognitieve stoornissen. Daarnaast vragen de cognitieve en emotionele gevolgen van een medische aandoening niet vanzelfsprekend ook een medische behandeling. Ten slotte zegt een DSM-classificatie zoals 'autismespectrumstoornis' of 'uitgebreide neurocognitieve stoornis waarschijnlijk door de ziekte van Alzheimer' vrij weinig over de klachten van een individuele cliënt. In menig neuropsychologisch onderzoek wordt voornamelijk beargumenteerd waarom iemand aan de criteria van een bepaalde DSM-classificatie voldoet, maar is het niet vanzelfsprekend dat wordt beschreven welke klachten er spelen voor deze cliënt, waarom iemand nú last heeft van klachten en welke factoren er belemmeren en beschermen. Daarom denk ik dat het boek de neuropsycholoog prikkelt om na te denken over de inhoud en vorm van een beschrijvende diagnose na neuropsychologische diagnostiek. Daarnaast kan de 'probleembeschrijving' helpen om de beschrijvende diagnose te laten aansluiten bij het perspectief van de cliënt en biedt zij daarmee ook een mooi startpunt voor een gezamenlijke visie op de oorzaak van de problematiek en de behandeling daarvan.

Bekijk artikelen van dezelfde auteurs

Willem Eikelboom

Download citeerwijze bij dit artikel

[Gebruiksvoorwaarden voor dit artikel]

RIS
TY - JOUR AU - Willem Eikelboom PY - 2024-04-11 TI - De beschrijvende diagnose en DSM-classificatie SP - 70 EP - 71 VL - 0
BibTex
@article{mrx05, author = "Willem Eikelboom", title = "De beschrijvende diagnose en DSM-classificatie", journal = "Tijdschrift voor Neuropsychologie", year = 19, volume = 0, number = "1", pages = "70-71", publisher = "Koninklijke Boom uitgevers" }
APA
Willem Eikelboom (19). De beschrijvende diagnose en DSM-classificatie, 0(1), 70-71.
Vancouver
Willem Eikelboom. De beschrijvende diagnose en DSM-classificatie. Tijdschrift voor Neuropsychologie. 11 apr 2024; 0(1); 70-71.
Leidraad
Willem Eikelboom, 'De beschrijvende diagnose en DSM-classificatie', 19, afl. 1, p. 70-71, DOI:.