Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Geschiedenis van de neuropsychologie in Nederland
Samenvatting
Paul Eling, universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is onze geschiedschrijver. De meesten zullen hem kennen als auteur van de stukken die verschijnen onder het kopje Klassiekers in dit tijdschrift. Enkele hiervan zijn ook opgenomen in het boek Geschiedenis van de neuropsychologie in Nederland dat in 2010 verscheen bij Uitgeverij Boom. Paul Eling heeft altijd een grote belangstelling gehad voor de historische ontwikkelingen op het gebied van het wetenschappelijk denken over de relatie tussen hersenen en gedrag door zenuwartsen, psychiaters en neurologen en psychologen. En hij heeft een fenomenaal geheugen voor al deze historische kennis. Eenieder die hem van nabij kent, weet dat hij vroeg of laat wordt geconfronteerd met een historisch feit waarmee de onjuistheid van je redenering wordt blootgelegd (… dat is apekool, dat dachten ze vroeger ook al …). Hij heeft inmiddels al vele stukken geschreven over instituten, tests, methoden en vooral personen. Niet alleen in Nederlandse geschriften, maar ook in de internationale literatuur. In het voorwoord geeft hij aan dat dit boek bedoeld is ‘voor bij de open haard’. Of hij dat ook echt vindt, durf ik te betwijfelen. Al lezende in het boek, maakt hij herhaaldelijk duidelijk dat voor het echt begrijpen van de hedendaagse neuropsychologische modellen en methoden, het bewandelen van de historische wegen zeer zinvol kan zijn. Al was het maar om niet opnieuw dezelfde verkeerde afslagen te maken.
Paul Eling (2010)
Amsterdam: Uitgeverij Boom,
259 pagina’s
ISBN 9789085069676
Waarom wil je de geschiedenis van je eigen vak kennen ? Daar zullen mensen verschillende redenen voor hebben. Voor mij is dat vooral om de betrekkelijkheid van je kennis te beseffen. Deze is over vijftig jaar namelijk volstrekt verouderd. Er is een gerede kans dat er tegen die tijd minzaam wordt geglimlacht over de taal- of geheugenmodellen van nu, hoe overtuigd we nu ook zijn over de juistheid ervan. Maar de kennis over vijftig jaar kan alleen ontstaan op basis van de kennis van nu. Dat is dan de troostrijke gedachte. Een andere reden is te bemerken hoe oude wijn soms in nieuwe zakken wordt gedaan of hoe scherp men vroeger kon observeren met minimale middelen. Je kunt soms beter waarnemen als je minder ziet, om het maar eens op zijn Cruijffs te zeggen. Nog een reden kan zijn de bijzondere levensverhalen van bekende onderzoekers. Niet alleen toppers in hun vak, maar ook bijzondere privélevens.
Van dit alles is wel wat te vinden in dit ruim 250 pagina’s tellende boek. Het merendeel van de hoofdstukken gaat over personen. Bekende namen zoals Gall en Donders, maar vooral ook minder bekende, zoals Grewel, Grünbaum, Van der Kolk, Muskens of Van Rhijn. Daarbij worden thema’s als lokalisatie, epilepsie en afasie besproken. Daarnaast de historie van twee bekende topinstituten in Nederland, het Nederlandse Herseninstituut en het Rudolf Magnus Instituut. Veel aandacht ook voor de ontwikkeling van het vak neuropsychologie in Nederland. Hier is de geschiedenis nog jong. Veel van de namen die passeren zijn nog volop aan het werk of pas recent gestopt. Een goed bewijs van de populariteit van ons vak vinden we in een van de laatste hoofdstukken. Tot circa 1995 waren er vier à vijf leerstoelen neuropsychologie, in 2005 was dit opgelopen tot bijna twintig. Inmiddels zitten we hier waarschijnlijk ook al weer ruim boven. En alle niet-technische universiteiten bieden masters neuropsychologie aan. Het is maar goed dat bij die onstuimige groei van het vak neuropsychologie iemand de historie goed bewaakt en vooral ook beschrijft.
Rudolf Ponds