Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Samenvatting
Recent verscheen dit prachtige boek met als ondertitel 'Een procesbenadering van symptomen'. In 2003 verscheen de voorloper van dit boek, wat de introductie was van de cognitieve neuropsychiatrie in Nederland. In het eerste boek werden vooral de cognitieve stoornissen besproken die vaak voorkomen bij psychiatrische ziektebeelden (syndromen), zoals schizofrenie, depressie, ADHD en de bipolaire stoornis. Inmiddels is het gebied van de cognitieve neuropsychiatrie, dat op een kruispunt ligt van neuropsychologie, psychiatrie, experimentele cognitieve psychologie en neurowetenschappen, vlot geëvolueerd. In het nieuwe boek wordt specifieker ingegaan op de samenhang tussen cognitieve stoornissen en afzonderlijke psychiatrische symptomen. De neurocognitieve correlaten van respectievelijk auditief-verbale hallucinaties, wanen, somberheid, angst, sociaal disfunctioneren, conversie, formele denkstoornissen, ziekte-inzicht, confabulaties, agressie, apathie en impulsiviteit worden uitgebreid besproken. Deze precisering is ook in lijn met een ander recent verschenen, en trouwens ook prachtig boek van de psychiater Jim van Os getiteld De DSM-V voorbij. Hierin worden ook afzonderlijke symptomen in plaats van categoriale ziektebeelden als startpunt voor psychiatrische diagnostiek en behandeling genomen. En dit geeft de toekomst aan van de psychiatrie.
Cognitieve neuropsychiatrie
Paul Eling, André Aleman & Lydia Krabbendam (2013) (red.),
Amsterdam: Boom, 464 pp., ISBN 9789461051967
In Cognitieve neuropsychiatrie wordt veel recente empirische informatie beschreven. We krijgen als lezer een breed en naar mijn indruk een vrij compleet beeld voorgeschoteld van de huidige wetenschappelijke bevindingen op dit gebied. Zo lezen we op pagina 73 dat auditief-verbale hallucinaties ('stemmen') gepaard gaan met activiteit in de linkerhemisfeer taalgebieden van Broca en Wernicke, en dat zelfs sprake lijkt van enige lateralisatie. Stemmen met een negatieve inhoud lijken wat meer gepaard te gaan met activiteit in de rechterhemisfeer. In het hoofdstuk over sociaal disfunctioneren lezen we dat afwijkingen op het gebied van de Theory of Mind (je kunnen verplaatsen in de gevoelens en gedachten van anderen) zowel bij patiënten met autisme als met schizofrenie kunnen voorkomen. Het verschil (zo lezen we op pagina 200) zou er in kunnen zitten dat mensen met autisme de vaardigheden van Theory of Mind nooit aanleren, en dat schizofreniepatienten ze zouden verliezen. Heel leerzaam vond ik het hoofdstuk (12) over abulie, apathie en avolitie, waarin ik termen tegen kwam waar ik als klinisch neuropsycholoog uit de GGZ nog nooit van gehoord had (schande?). Bijvoorbeeld de term athymhormia (pagina 380) heeft u daar wel eens van gehoord? Het is (als ik het tenminste goed begrepen heb) een stoornis in de motorische zelfactivatie, het starten van gedrag op basis van interne stimuli lukt niet meer. In dit gedragsneurologische hoofdstuk, van een schrijver met veel klinische ervaring, werden verschillende zogenaamde negatieve symptomen prachtig klinisch geillustreerd en voorzien van begrijpelijke en relevante neurobiologische verklaringen. Heel leerzaam. Vermeldenswaardig is zeker ook het hoofdstuk over impulsiviteit bij ADHD, en de antisociale en borderline persoonlijkheidsstoornis, waarin de belangrijke rol beschreven wordt van de orbitofrontale cortex en zijn/haar taak in het afremmen van impulsief gedrag. Hier zien we dat de cognitieve neuropsychiatrie dus niet ophoudt bij de psychiatrische stoornissen en symptomen, maar ook wat heeft te betekenen op het gebied van de persoonlijkheidsstoornissen.
Het boek geeft een mooi overzicht van de huidige stand van zaken in het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van psychiatrische symptomen en cognitieve stoornissen. Gaat het boek nu ook in op behandelingsmogelijkheden? In de vraag zit ook het antwoord. Als ik toch een paar minpuntjes moet noemen dan is het de afwezigheid van beschrijvingen op het gebied van behandelingsmogelijkheden. Hier en daar is behandeling wel aan bod gekomen. Bijvoorbeeld in de hoofdstukken over hallucinaties, wanen en depressie is kort ingegaan op onder andere de mogelijkheden van cognitieve gedragstherapie. In de andere hoofdstukken had dit voor mij wel wat meer gemogen, hierdoor is het toch ook vooral een academisch boek. In hoofdstuk 10 op pagina 298 lezen we over incestpraktijken/rituele moorden als voorbeeld van 'false memories'. In twintig jaar GGZ heb ik dergelijke verhalen met de regelmaat van de klok van verschillende patiënten gehoord. Zouden die allemaal geconfabuleerd hebben? De stelling dat dit onjuiste herinneringen zijn in plaats van ware gebeurtenissen lijkt mij iets te bevooroordeeld in een verder zeer wetenschappelijk boek.