Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Executieve stoornissen bij frontale hyperostose: Oorzakelijk verband of confirmation bias?
Samenvatting
Wij beschrijven de 81-jarige vrouw W. die op de geheugenpolikliniek gezien is met toenemende gedragsveranderingen en cognitieve achteruitgang. In de voorgeschiedenis is er sprake van reeds langer bestaande choreatische bewegingen in het gelaat en de ziekte van Sjögren, verder zijn er geen bijzonderheden. Bij neuropsychologisch onderzoek worden uitgesproken stoornissen in de executieve functies geobjectiveerd, met name in de visueel-ruimtelijke planning en mentale flexibiliteit, alsmede taalstoornissen (lege spraak, gestoorde semantiek) en een verminderde snelheid van informatieverwerking. Abstractievermogen, episodisch geheugen en visuele waarneming zijn ongestoord en er is geen sprake van apraxie of een gestoorde oriëntatie. Ernst van de stoornissen en functionele beperkingen zijn passend bij een syndromale diagnose dementie. De MRI-scan laat uitgesproken bilaterale hyperostosis frontalis interior (HFI) zien, een veelvoorkomende botverdikking van het os frontale, die de morfologie van het frontale hersenweefsel beïnvloedt. Hoewel HFI doorgaans als goedaardig en niet-symptomatisch wordt gezien, zijn in de literatuur wel enkele patiënten met executieve stoornissen beschreven. Deze casussen worden besproken, waarbij we de vraag proberen te beantwoorden of het hier een toevallig samenvallen van twee ongerelateerde zaken betreft, of dat er mogelijk sprake is van een oorzakelijk verband.