Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Hersenspinsels: Waarom we dingen zien, horen en denken die er niet zijn
Samenvatting
Na vijftien jaar maakt Aleman de balans op van het onderzoek naar wanen en hallucinaties. Hij promoveerde op dat onderwerp en als hoogleraar Cognitieve Neuropsychiatrie leidt hij in Groningen een omvangrijk onderzoeksprogramma over dit thema. Stap voor stap neemt Aleman de lezer mee in zijn visie. Het horen van stemmen die er niet zijn is in de normale psychiatrische praktijk zo kenmerkend voor het hebben van een psychiatrische stoornis dat gezonde proefpersonen, die – in het kader van een experiment – vertelden dat ze een stem iets hadden horen zeggen, in een psychiatrisch centrum werden opgenomen, de diagnose schizofrenie kregen en er maar weer met moeite uit konden komen. Dit is een van de vele verhalen die Aleman vertelt ter illustratie van zijn redenering. Het is echter niet zo dat als iemand stemmen hoort, hij ook een psychiatrisch patiënt is dan wel moet worden opgenomen. Aleman probeert juist duidelijk te maken dat hallucinaties en wanen alles te maken hebben met hoe de normale geest functioneert: wij zijn het ‘slachtoffer’ van tal van illusies. Onze ‘logica’ laat heel veel te wensen over, we maken allerlei systematische fouten in het redeneren. Een aantal fouten lijkt veel voor te komen: overhaaste conclusies trekken, zich niet in de positie van een ander kunnen verplaatsen en verkeerde attributies. En als je dan door stress ook nog eens beperkt wordt in je denken, kunnen er allerlei fouten optreden die leiden tot waarnemingen en ideeën die niet stroken met de realiteit. Ook hallucinaties kunnen worden begrepen in termen van psychologische processen die bij iedereen wel eens fout gaan, zoals het verwarren van een bron (de stem zit in je hoofd maar je denkt dat die van buiten komt). Verwachtingen spelen ook een niet te onderschatten rol bij onze waarneming. Dat alles speelt zich af in de hersenen en kan met imaging-methoden zichtbaar gemaakt worden en met TMS, transcraniële magnetische stimulatie, kan er ook invloed op die gebieden en daarmee op de verkeerde waarnemingen worden uitgeoefend. Het is Aleman gelukt om zijn argumenten op een niet-technische manier te formuleren: er zijn veel voorbeelden uit het leven gegrepen en allerlei onderzoeksbevindingen worden zo gepresenteerd dat een leek het verhaal kan volgen. Daarmee bewijst hij velen een dienst. Mensen die direct of indirect te maken hebben met deze verschijnselen, zoals patiënten en hun familieleden, maar evenzogoed de professionals in de psychiatrie, die beter zullen begrijpen wat er gebeurt. Het is zo gek nog niet!
André Aleman
Amsterdam: Atlas, 2011
223 pagina’s