Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Klinische neuropsychologie: Theorie, diagnostiek, revalidatie
Samenvatting
Het handboek Klinische neuropsychologie is recent voltooid onder redactie van de Vlaamse collega's Hermans en Lambrecht. In hun inleiding schrijven zij dat het een nieuw 'naslagwerk der neuropsychologie' betreft, waarin de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen worden gepresenteerd en vertaald naar praktische handvatten voor de neuropsychologische diagnostiek en behandeling. Ik ben benieuwd hoe het handboek zich verhoudt tot de bestaande Nederlandstalige standaardwerken van de neuropsychologie. Het boek is te lijvig om van A tot Z te lezen, dus ik besluit te beginnen met een aantal hoofdstukken die mijn aandacht trekken.
Noortje Hermans & Wouter Lambrecht (red.), (2025)
Academia Press
896 pagina's
ISBN 9789020950540
Het eerste deel beschrijft de fundamenten van de neuropsychologie en bestaat uit hoofdstukken over de anatomie van de hersenen en de plaatsbepaling van de klinische neuropsychologie. Ook volgen hoofdstukken over de diagnostiek, revalidatie en psychotherapie vanuit het neuropsychologische perspectief. Daarnaast worden ziektebeelden die relevant zijn voor de klinische neuropsychologie beschreven. Opvallend is dat hier vrijwel uitsluitend hersenaandoeningen worden benoemd. Psychische en psychiatrische aandoeningen worden slechts kort aangestipt, terwijl er wel degelijk toenemende aandacht is voor de toegevoegde waarde van neuropsychologische diagnostiek en behandeling bij deze doelgroepen.
Vervolgens worden verschillende cognitieve functies uitvoerig besproken. De auteurs beschrijven voor elk cognitief domein de relevante cognitieve modellen, mogelijke stoornissen en betrokken hersenstructuren en -netwerken. Hierop volgen adviezen voor de diagnostiek met voor elk domein passende specifieke observaties en instrumenten. Voor de behandelmogelijkheden is er niet alleen aandacht voor psycho-educatie, functietraining en strategietraining, maar ook voor psychotherapeutische interventies en aanpassingen aan de omgeving. Dit maakt deze hoofdstukken volledig. Wat betreft de behandelmogelijkheden is het boek gevuld met praktische tips zoals concrete metaforen die kunnen worden gebruikt in de psycho-educatie en dagboekformulieren om als huiswerk mee te geven. Hier en daar leunen de behandeladviezen nog (te) veel op de cognitieve functietraining. Mooi is dat er ook hoofdstukken gewijd zijn aan prikkelgevoeligheid en vermoeidheid, omdat dit veelvoorkomende klachten zijn bij mensen met een hersenaandoening. Ondanks de beperkte definities van deze concepten en de vraag in hoeverre deze klachten onder cognitieve functies moeten worden geschaard, presenteren de auteurs genuanceerd de mogelijke biopsychosociale oorzaken en worden er toepasbare behandeladviezen gegeven.
Naast de etiologie, diagnostiek en behandeling van cognitieve stoornissen is er volop aandacht voor emotionele gevolgen van hersenaandoeningen, met hoofdstukken over gedragsveranderingen, coping, angst en depressie. Hierbij worden relaties tussen cognitieve stoornissen en emotionele gevolgen beschreven, maar worden de emotionele gevolgen ook in een bredere biopsychosociale context geplaatst. Afsluitend volgt een aantal hoofdstukken met uiteenlopende onderwerpen, variërend van specifieke klachten (verminderd ziekte-inzicht, seksualiteit), tot werkzaamheden (wakkere hersenchirurgie, beoordeling rijgeschiktheid) en behandelmethodes (systeemgericht werken, psychotherapie bij afasie). Het is een bonte verzameling met onderwerpen die niet voor elke neuropsycholoog relevant zal zijn, maar wel goed de veelzijdigheid van het vakgebied laat zien. Een apart hoofdstuk over epilepsie en cognitie voelt hierbij wat willekeurig en mogelijk te specialistisch aan.
Al met al doet het handboek, mede door zijn opmaak, inderdaad aan als naslagwerk. De kracht van het boek is de vertaling van theoretische modellen en neurobiologische kennis naar de diagnostiek en behandeling in de klinische praktijk. Daar waar de bestaande Nederlandstalige handboeken cognitieve functiedomeinen, neuropsychologische diagnostiek en neuropsychologische behandeling en revalidatie apart behandelen, biedt dit handboek een geïntegreerd overzicht. Ondanks dat dit resulteert in een erg lijvig boek, draagt het bij aan hypothesetoetsend en theorie-gedreven werken in de klinische praktijk. Deze klinische praktijk lijkt voornamelijk te zijn geschreven vanuit en voor de poliklinische zorg, met slechts mondjesmaat aandacht voor specifieke uitdagingen en aanpassingen binnen de intramurale setting. Het is fraai dat er ruime aandacht is voor klachten die niet geheel binnen klassieke cognitieve domeinen vallen, zoals vermoeidheid, verminderd ziekte-inzicht en veranderingen in gedrag en emoties. De summiere aandacht voor psychische en psychiatrische aandoeningen zoals stemmingsstoornissen, psychoses, verslaving en ontwikkelingsstoornissen zal echter een gemis zijn voor neuropsychologen werkzaam in de ggz. Het handboek leent zich vooral goed voor de manier waarop de redactie het aanraadt en ik het ook heb gebruikt: het gericht raadplegen van specifieke hoofdstukken over thema's waar men als (klinisch) neuropsycholoog in de klinische praktijk mee worstelt.