Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Trainen in een virtuele wereld: Het verbeteren van het sociaal-emotionele functioneren bij adolescenten met een taalontwikkelingsstoornis
Samenvatting
Adolescenten met een taalontwikkelingsstoornis (hierna: TOS) ervaren problemen met de receptieve en expressieve taalvaardigheden, zonder dat er sprake is van een biomedische oorzaak (Bishop e.a., 2017). Expressieve taal verwijst naar het vermogen om gesproken geluiden te produceren. Receptieve taal verwijst naar het vermogen om de taal die je hoort of leest te begrijpen. Er wordt geschat dat TOS een prevalentie heeft van 5 tot 10% (Van Agt e.a., 2011; Law e.a., 2000). Ondanks dat de taalproblemen vaak als primair probleem worden gezien bij adolescenten met een TOS, kunnen de veelzijdige problemen in TOS niet alleen door de taal worden verklaard. Een van deze problemen is dat adolescenten met TOS meer moeilijkheden in het sociaal-emotionele functioneren laten zien dan zich normaal ontwikkelende leeftijdsgenoten (Van den Bedem e.a., 2018; Conti-Ramsden e.a., 2013; Durkin e.a., 2017; Smit e.a., 2019). Zo rapporteren kinderen en adolescenten met een TOS meer internaliserende problematiek, zoals minder vriendschappen, grotere kans om gepest te worden, meer verlegenheid en angst in sociale situaties en een hogere kans op sociale isolatie en depressie (Conti-Ramsden e.a., 2013; Durkin & Conti-Ramsden, 2010; Forrest e.a., 2021). Daarnaast lijken adolescenten met TOS ook vaker uitingen van externaliserende problematiek, zoals hyperactiviteit en agressie, te vertonen (Yew & O'Kearney, 2013). Daar komt nog bij dat problemen in het sociaal-emotionele functioneren die zich bij kinderen met een TOS al in de voorschoolse periode voordoen, tijdens de adolescentie lijken toe te nemen (Durkin & Conti-Ramsden, 2010). Een reden hiervoor is dat adolescenten de behoefte hebben om meer autonoom te worden, waardoor vriendschappen en sociale interacties belangrijker worden (Van den Bedem e.a., 2019).