Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Samenvatting
In mijn rede staat het drukke, impulsieve, ongeconcentreerde kind centraal, al langere tijd beter bekend als het kind met ADHD. Sinds het verschijnen van de DSM-5 is dit het kind met een neurobiologische ontwikkelingsstoornis: een zich vroeg openbarende, meestal blijvende achterstand in de ontwikkeling van één of meer cognitieve vaardigheden als gevolg van een afwijkende hersenontwikkeling. Hoe valt dit te rijmen met de recente consensusverklaring door het vakgebied dat na decennia onderzoek geen enkele biologische test waarde blijkt te hebben bij het diagnosticeren van ADHD? Het antwoord is 'niet'. Deze patstelling markeert de vooravond van een paradigmaverschuiving met een aanloop en gevolgen die veel breder gaan dan enkel de discussie rondom de conceptualisatie van ADHD. Dit is een verhaal over wetenschappelijke ontdekkingen, goede bedoelingen met (on)voorziene verkeerde gevolgen, macht, marktwerking, status, kansongelijkheid en technologie. Maar vooral is het een zoektocht naar het antwoord op het moreel-ethische vraagstuk wanneer en op welke wijze het geoorloofd is te interveniëren in de ontwikkeling van kinderen.