Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Samenvatting
De Visuele Associatie Test (VAT – Lindeboom & Schmand, 2003; Lindeboom e.a., 2014) behoort voor menig neuropsycholoog tot de standaardbatterij voor het meten van anterograde amnesie. Zijn nieuwste broertje, de Visuele Associatie Test – Extended (VAT-E – Meyer & De Jonghe, 2019) kwam afgelopen jaar op de markt. Naast het signaleren van episodische geheugenstoornissen kan de VAT-E gebruikt worden voor het signaleren van onderpresteren. Gebruikmakend van de vier parallelversies van de oorspronkelijke VAT, levert de VAT-E drie geheugenschalen (gepaard associëren (GA), vrij reproduceren (VR) en meerkeuze herkenning (MK)) en vier symptoomvaliditeitsschalen (onmiddellijke herkenning (OH), uitgestelde herkenning (UH), consistentie tussen OH en UH, en de vergelijking tussen VR en MK) (zie Tabel 1). De test wordt in zes stappen doorlopen; twee voor een tijdsinterval van vijftien minuten (tweemaal presenteren van de leerkaarten en OH) en vier erna (UH, GA, VR en MK). Daarmee komt de totale afnameduur op dertig minuten (inclusief interval). Behalve bij de leerkaarten wordt bij alle condities feedback gegeven om foutieve interferentie te voorkomen en incidenteel leren te bevorderen. Voor de symptoomvaliditeitsschalen bestaan cut-offscores. Scores gelijk of lager dan de cut-offscore op een van de schalen is indicatief voor onderpresteren; de geheugenschalen zijn dan niet langer betrouwbaar interpreteerbaar. Bij een valide meting kunnen de ruwe scores van de geheugenschalen omgezet worden naar percentielscores. De normen zijn opgedeeld in twee klassen (naar opleiding en leeftijd). Kijken we naar de psychometrische eigenschappen dan worden diverse groepen meegenomen in de steekproef (n = 450), waaronder patiënten met een milde cognitieve stoornis, de ziekte van Alzheimer, personen die werd gevraagd om een geheugenstoornis te veinzen, en procederende personen geclassificeerd als malingeraars van neurocognitieve disfunctie (MND) en non-malingeraars (non-MND) (voor meer informatie: zie Meyer e.a., 2017). De interne betrouwbaarheid van de geheugenschalen bleek hoog tot zeer hoog (Kuder-Richardson Formule 20 (KR-20) – de dichotome equivalent van Cronbach's alfa – tussen 0,89 en 0,95). Ook differentiëren de geheugen- (AUC > 0,81) en symptoomvaliditeitsschalen (AUC > 0,97) goed tussen patiënten met respectievelijk een milde cognitieve stoornis en de ziekte van Alzheimer, en personen die werd gevraagd om een geheugenstoornis te veinzen. Ten slotte was er sterke samenhang tussen bestaande geheugen- (15-Woorden Test) en symptoomvaliditeitsmaten (bijvoorbeeld perfecte overeenstemming met de Test of Memory Malingering (TOMM); kappa = 1).