Naar inhoud nummer
Download

Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.

Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig

Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig

Artikelen

Commentaar op de publicatie van Hendriks e.a. over Uniformiteit in de kwalitatieve beschrijving van scores op prestatietaken

Martine van Zandvoort
Jaargang 15 (2020) - Nummer 3 - donderdag 19 november 2020

Samenvatting

Laat ik beginnen met te stellen dat ik zeer verheugd ben dat met het werk van Guilmette en collegae, het 'Consensus Conference Statement', de discussie rondom het universeel maken van het taalgebruik in onze verslaglegging weer is opgelaaid. Het is mijns inziens heel voortvarend en nuttig, zo niet noodzakelijk, dat deze discussie naar ons land gehaald werd. De door Hendriks e.a. beschreven knipoog naar de 1,5 meter-coronamaatregel maakt het nog een keer pijnlijk duidelijk hoe wij ons kunnen verhouden tot regels. Regels zijn er tenslotte om overtreden te worden; de mazen in het net zijn er om gevonden te worden. Het is geruststellend dat dit ook internationaal een menselijk trekje blijkt te zijn. Echter, op het moment dat we professioneel uitspraken moeten doen over een andere persoon, moeten deze klip-en-klaar zijn, mag er geen misverstand over bestaan, en zullen we tot uniformiteit moeten komen. Wat dat betreft zou ik graag nog een stapje verder willen gaan dan zowel Guilmette als Hendriks en hun consorten zijn gegaan. Beiden geven nadrukkelijk aan dat ze een voorstel doen en dat het niet om een richtlijn gaat. In een commentaar op een opiniestuk kun je je (hoop ik) een wat vrijere uitspraak permitteren. Ik ben persoonlijk namelijk van mening dat het wél om een richtlijn zou mogen gaan. Een richtlijn, zoals het woord al aangeeft, is iets dat je handelen richt, niet afdwingt. Je mag, mits je daar argumenten voor hebt, van een richtlijn afwijken. Het is daarmee geen wet die je overtreedt. Het bevordert echter wel de uniformiteit, terwijl een voorstel die kracht niet heeft. Ik zou het dan ook ten zeerste toejuichen als op basis van het stuk van Hendriks en collegae snel doorgepakt wordt en de voorgestelde kwalitatieve bewoordingen in een richtlijn worden gevat. Ik zou zelfs zover durven dromen dat dit niet alleen voor de neuropsychologie zou gelden, maar ook verder in de klinische psychologie gehanteerd zou worden.

Neem een abonnement op dit tijdschrift om het volledige artikel te kunnen lezen. Heb je al een abonnement? Log dan in.

Download citeerwijze bij dit artikel

[Gebruiksvoorwaarden voor dit artikel]

RIS
TY - JOUR AU - Martine van Zandvoort PY - 2020-11-19 TI - Commentaar op de publicatie van Hendriks e.a. over Uniformiteit in de kwalitatieve beschrijving van scores op prestatietaken SP - 183 EP - 185 VL - 0
BibTex
@article{mrx05, author = "Martine van Zandvoort", title = "Commentaar op de publicatie van Hendriks e.a. over Uniformiteit in de kwalitatieve beschrijving van scores op prestatietaken", journal = "Tijdschrift voor Neuropsychologie", year = 15, volume = 0, number = "3", pages = "183-185", publisher = "Koninklijke Boom uitgevers" }
APA
Martine van Zandvoort (15). Commentaar op de publicatie van Hendriks e.a. over Uniformiteit in de kwalitatieve beschrijving van scores op prestatietaken, 0(3), 183-185.
Vancouver
Martine van Zandvoort. Commentaar op de publicatie van Hendriks e.a. over Uniformiteit in de kwalitatieve beschrijving van scores op prestatietaken. Tijdschrift voor Neuropsychologie. 19 nov 2020; 0(3); 183-185.
Leidraad
Martine van Zandvoort, 'Commentaar op de publicatie van Hendriks e.a. over Uniformiteit in de kwalitatieve beschrijving van scores op prestatietaken', 15, afl. 3, p. 183-185, DOI:.