Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Leerboek neurowetenschappen voor de klinische psychiatrie
Samenvatting
De praktijk van de klinische psychiatrie is vaak complex. Volgens de auteurs van het recent verschenen Leerboek neurowetenschappen voor de klinische psychiatrie helpt inzicht in neurobiologische aspecten van psychopathologie bij het beter begrijpen van de etiologie, het toepassen van juiste behandelingen en het geven van uitleg over de klachten aan patiënten en hun omgeving. De auteurs ervaren echter dat veel clinici werkzaam in de psychiatrie slechts beperkte kennis hebben over onderliggende neurobiologische mechanismen, en dit is dan ook de reden waarom zij dit boek hebben geschreven.
Leerboek neurowetenschappen voor de klinische psychiatrie
O. van den Heuvel, Y. van der Werf, B. Schmand & B. Sabbe (red.), (2020), Amsterdam: Boom de Tijdstroom, 312 pp., ISBN 978-90-2443-235-6
De in 2010 ontworpen Research Domain Criteria (RDoC) zijn het uitgangspunt van dit leerboek. Dit complementaire classificatiesysteem heeft als doel om psychopathologie te begrijpen vanuit een diagnose-overstijgend perspectief gebaseerd op neurowetenschappelijke kennis. Als aanvulling op de symptoomgebaseerde classificatiesystemen zoals de DSM en de ICD zijn de RDoC gericht op diagnose-overstijgende domeinen zoals positieve en negatieve valentie, cognitieve processen en arousal. Het idee is dat deze invalshoeken meer recht doen aan de grote heterogeniteit en comorbiditeit in de psychiatrie en leiden tot nieuwe aangrijpingspunten voor behandelingen gericht op disfuncties in plaats van diagnoses. Het eerste deel van het leerboek omvat een drietal inleidende hoofdstukken over basisprincipes van de neurobiologie, het tweede deel bespreekt veelgebruikte methoden en technieken in de neurowetenschappen en in het derde deel wordt een selectie van de domeinen en constructen van de RDoC besproken.
In het eerste deel wordt in een rap – doch goed te volgen – tempo de basiskennis opgefrist die benodigd is voor de rest van het boek, onder andere neuroanatomie, plasticiteit en neurotransmittersystemen. Hierbij worden fundamentele processen op een soepele manier aan psychiatrische verschijnselen gekoppeld met behulp van klinische boxen. Het tweede deel behandelt de klinische en beeldvormende onderzoeksmethoden die in de neurowetenschappen worden gebruikt. Hierin worden zowel de meer traditionele onderzoeksmethoden (bijvoorbeeld het neuropsychologisch onderzoek) als innovatievere methoden en technieken besproken zoals de computationele neuropsychiatrie en de transdiagnostische domeinbenadering. Daarbij blijft de concrete toepassing van de laatstgenoemde methoden wat onduidelijk en vraag ik me af of de introductie van deze complexe methoden echt noodzakelijk is voor het begrijpen van het derde deel van het boek.
Het derde en laatste deel van het leerboek bespreekt een selectie van domeinen van de RDoC, te weten de negatieve valentie, positieve valentie, cognitieve systemen en stoornissen, en circadiaanse ritmes. Van elk onderdeel wordt kort en bondig de werking uitgelegd en wordt stilgestaan bij de neurale substraten en de neurodegeneratieve en/of psychiatrische ziektebeelden waarbij deze processen een rol spelen. Enkele hoofdstukken besluiten met een paragraaf over psychosociale en farmacologische behandelingsmogelijkheden.
Al met al wordt er in dit leerboek in korte tijd een enorme hoeveelheid aan neurobiologische kennis aangestipt. Het is knap hoe de hoeveelheid aan informatie behapbaar is gebleven en goed te volgen is; de vele nuttige illustraties en klinische boxen dragen hier zeker aan bij. Ook blijkt het RDoC-framework een innovatieve en bruikbare kapstok. Ik vind het sterk dat – ondanks dat de lezer kennismaakt met veel theorieën over de neurobiologische oorsprong van psychopathologie – de redactie expliciet stelt dat de neurowetenschappen niet in staat zijn om alle psychopathologie te verklaren; deze bieden slechts handvatten die complementair zijn aan andere psychosociale modellen. Opmerkelijk is dat de helft van het boek gewijd is aan de eerste twee delen, die de basiskennis en onderzoekstechnieken bespreken, waardoor er minder ruimte is toebedeeld aan het derde – inhoudelijke – deel over de RDoC-domeinen. Bovendien blijft de bespreking van de RDoC-domeinen op het fundamentele niveau. Ik zou me voor kunnen stellen dat het voor clinici werkzaam in de psychiatrie niet meteen duidelijk wordt hoe zij deze neurobiologische kennis kunnen toepassen in hun dagelijkse diagnostiek en behandeling.
Neuropsychologen zullen waarschijnlijk bekend zijn met de meeste neurobiologische basiskennis die in dit boek wordt gepresenteerd, de neurowetenschappelijke onderzoeksmethoden en de hoofdstukken over de cognitieve domeinen. Dit leerboek zal met name geschikt zijn voor artsen en psychologen werkzaam in de psychiatrie, die hun neurowetenschappelijke kennis willen vergroten en geprikkeld willen worden om hun vakgebied eens vanuit een diagnose-overstijgend, neurobiologisch perspectief te bekijken.