Om artikelen te kunnen downloaden heb je een account en abonnement nodig.
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Om artikelen op te slaan heb je een account en abonnement nodig
Valkuilen in de neuropsychologische diagnostiek: Openstaan voor onvoorziene invloeden
Samenvatting
In de meeste neuropsychologische handboeken staat geschreven dat bij diagnostisch onderzoek moet worden nagegaan of onvoorziene factoren de testresultaten beïnvloeden en daarmee de interpretatie van het onderzoek vertroebelen. De bedoelde factoren kunnen van externe aard zijn, zoals lawaai ten tijde van het onderzoek, maar ook patiëntgerelateerd, zoals vermoeidheid, angstige gespannenheid, slechthorendheid, persoonlijkheidskenmerken. In veel klinische rapporten worden dergelijke factoren genoemd zonder dat duidelijk gemaakt wordt of, op welke wijze en in welke mate ze de interpretatie hebben beïnvloed of zelfs gekanteld.
Een eenvoudig recept voor het opsporen van en omgaan met onvoorziene factoren is niet te geven; een 'kookboek' is niet voorhanden en zou niet functioneren. Vakkennis, klinische ervaring en een kritische, open houding zijn van wezenlijk belang.
Met dit artikel hopen we te illustreren dat zelfs nadat alle onderzoeksgegevens tot een ogenschijnlijk sluitende interpretatie hebben geleid en de oorzaak van de cognitieve of gedragsproblemen voor de hand lijkt te liggen, de onderzoeker op haar/zijn qui-vive moet blijven. Tevens pleiten we voor aanscherping van de notie 'stoorfactor' – of in beter Nederlands 'storende factoren'.